Geweld – een gedachte
11 maart 2026 | Door Ferdinand Borger | Geen reacties
Bij de oorlog in het Midden-Oosten, bij het zien van verschrikkelijk onrecht wordt er te veel gekeken naar het motief van de dader, alsof dat het aangedane leed, dood en verderf zou kunnen rechtvaardigen. Een gedachte:
Dertig jaar geleden werd ik, terwijl ik op de fiets naar een vergadering voor mijn werk reed, klemgereden door een achterop komende bromfietser. Hij schreeuwde hard en er volgde een vuistslag tegen mijn hoofd. Een tweede vuistslag dreigde, maar de man bond in en reed weg. Twee dagen later werd ik aan een gebroken jukbeen geopereerd. Ik had het overleefd, maar de tweede klap had fataal kunnen aflopen. Waar deze slag vandaan kwam? Geen idee. Had ik het uitgelokt? Ik zou niet weten hoe. En stel dat er wel een reden was gevonden voor de klap, een ongelukkige jeugd, een gefrustreerd mens die niet werd gehoord of gezien, te veel alcohol of drugs, het had niets uitgemaakt. Het enige wat voor mij telde was deze bijna dood ervaring. Het eventuele motief van de dader maakte het resultaat niets anders: dood is dood en dat is nogal definitief. De slag kwam dus uit het absurde niets. Die absurditeit houd ik graag overeind, Waarom zou ik willen begrijpen? Ik wilde geen slachtofferrol en ook geen legitimiteit vinden voor het geweld. Gij zult niet doden, was het enige dat telde en nog steeds telt. Blijf met je vuisten weg van mijn lijf.
Vier weken geleden bezocht ik een presentatie van de Tent of Nations in Amsterdam. Daoud Nassar, boer en eigenaar van een stuk grond bij Bethlehem, dat al sinds 1916 in bezit is van zijn familie, wordt al tientallen jaren in zijn bestaan bedreigd. Zijn leven op de Westoever bestaat uit uitsluiting, onthouding van water en elektriciteit en het weigeren van bouwvergunningen. Inmiddels leeft hij omringd door kolonisten, zijn er gescheiden wegen voor Joods en Palestijnse bewoners, wegblokkades, treiterijen en een voortdurende gang naar de rechtbank. Daoud weigert bij dit alles slachtoffer te zijn. Ook weigert hij te haten. Ten diepste weerstaat hij daarmee de eis om een tegennatuurlijke relatie aan te gaan met zijn bedreigers. Al het geweld, op grote of kleine schaal, wordt gevoed doordat de dader een slachtoffer eist: het geeft hem een perverse energie om te doden. Het grootste verzet tegen dit geweld ligt in de weigering van het slachtofferschap. Daarmee wordt met een grens gespeeld: het ultieme antwoord van de dader op dit verzet is mogelijk uitroeiing. Nassar weet dat. Zijn boerderij is inmiddels een plek waar veel buitenlandse gasten meewerken en zo een menselijk schild vormen. Met hun aanwezigheid wijzen zij de kolonisten een grens.
Met zijn houding creëert Nassar een ruimte die even moedig is als kwetsbaar, hij leeft met de wetenschap van een mogelijke verdrijving en daarmee ook in het voorportaal van de dood. Voor mensen die niet in die situatie verkeren is het nauwelijks voor te stellen daarin te kunnen verkeren. Gelukkig heeft hij medestanders, ook joodse, die hem steunen in zijn strijd tegen de vernietiging.
Ondertussen zijn we in een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten beland. Israël wil deze oorlog, Amerika ook. Dus vallen er bommen op Zuid-Libanon, Iran, Teheran en Beiroet. Met de totale vernietiging van Gaza voor ogen moeten we het ergste vrezen. Het Westen protesteert nauwelijks, want het Westen begrijpt Israël. Niet als dader, maar als slachtoffer van onze westerse geschiedenis: het mag zich eindeloos wreken. Nu de bommen eenmaal vallen helpen we maar een handje: we sturen een fregat. Je zou Nethanyahu toewensen naar de Westoever af te reizen, naar de omgeving van Bethlehem. En te laten inzien dat je slachtofferschap kunt weigeren. Daar gaat een enorme kracht van uit. En het schept ruimte. Toegegeven: het is veel gevraagd van een land dat oorlog en oorlogsindustrie voortbrengt en op wapens vertrouwt. Hoe kan in een dergelijk land een man wennen aan de status van ongewapende naaktheid? En hoe kan diezelfde man worden teruggebracht bij de kracht van zijn kwetsbaarheid?

Voeg een reactie toe