Met verzoenende taal over Gaza bereiken kerken niets
11 juli 2025 | Door Ferdinand Borger | 1 reactie
De organisatie van de Rode Lijn-demonstratie deze week bij de PKN in Utrecht had de kerkleiding gevraagd zich tijdens die manifestatie niet uit te spreken. Dat deed de PKN niet, maar synodevoorzitter Trijnie Bouw publiceerde wel een tekst. Het is goed dat ze die niet uitgesproken heeft. Ze zoekt in de tekst verbinding tussen de verschillende standpunten. Wij zouden in onze protesten hartstocht laten zien. Maar het gaat bij Israël en Gaza slechts om twee woorden: wond en pijn. Daarin wordt juist alle hartstocht gedood. Klinkt er hooguit nog een schreeuw. En als het stil wordt, dan is dat niet de stilte van een gebed. Het is de stilte van de dood.
Mij werd als deelnemer aan de demonstratie duidelijk dat er op dit punt geen verbinding mogelijk is tussen de bloedgroepen van de kerk. Een deel van de kerk acht het legitiem dat Israël de sluizen van oneindige wraak heeft opengezet na de laffe aanval van Hamas. Dat wordt theologisch gemotiveerd. God heeft een plan met Israël, het is zijn oogappel. Kritiekloos schaart men zich daarbij achter de moordmachine, de genocide en de plannen voor deportaties. Empathie met de slachtoffers delft het onderspit. Het bombarderen van ziekenhuizen, het in puin schieten van een leefgebied van twee miljoen mensen: het vindt genade in de ogen van de christenzionisten. Je kunt geen brug slaan naar mensen die er een dergelijke mening op nahouden. Alle theologische beargumentering dat het mensen vrij staat om te doden is weerzinwekkend.
In de stilte tijdens de manifestatie en het voorlezen van de namen van slachtoffers in Gaza werd mij duidelijk dat de kerk zich zou moeten verzamelen rondom de wond van de dood en de zinloosheid van het geweld. De kerk is juist in deze pijn het dichtst bij Christus, van wie het lijden nog steeds als een wond in de geschiedenis ligt.
Het gaat op dit punt in de kerk niet om bruggen slaan of een verzoenende taal aanheffen. Vrome gebeden uitspreken waarbij we onmacht en onvermogen voor God leggen, dat leidt ons weg van de wond. Geen mens keert ermee naar het leven terug, geen militair legt er zijn geweer door neer. De grote kans bestaat dat juist in de vrome gebedstaal het moorden wordt gebagatelliseerd. En in het uitspreken van onze onmacht al onze mogelijke acties naar de achtergrond verdwijnen.
Maar we zijn niet machteloos. De wonden die nu worden geslagen, door Hamas en door Israël, zijn wonden in een lange keten. Dat de Westerse landen nu vrijwel kritiekloos Israël zijn gang laten gaan is de wond van onze passiviteit richting het nazisme, onze lafhartigheid ten aanzien van een systeem dat op uitroeiing van de Joden was aangelegd. We hebben onze empathie opzij gezet, we hebben ruimte gegeven aan een moordsysteem.
Het oplezen van de namen van de slachtoffers brengt ons bij het besef: in de dood verdwijnt alle toekomst, al het mogelijke leven dat geleefd had kunnen worden. Maar wij zijn er nog. En overleven verplicht. Het is op dit besef dat er tussen de bloedgroepen van de kerk nog een brug is te slaan. We kunnen terug naar het geweten. Naar het inzicht dat in de Reformatie ontstond toen Michael Servet, tegenstander van Calvijn, op de brandstapel terecht kwam. Calvijn had dat kunnen voorkomen, maar liet dat na. Het was de theoloog Sebastian Castellio die reageerde: Het doden van één mens is niet het verdedigen van het geloof, het is het doden van een mens. Hij plaatste het geweten tegenover het geweld, als een instantie die altijd het laatste woord moet hebben. Schop de mensen tot ze een geweten hebben, schreef de Belgische auteur Louis Paul Boon. Daar is het nu tijd voor.
gepubliceerd in TROUW, 12 juli 2025










































