Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Tot vrijheid gekomen

27 maart 2018 | Door | Geen reacties

Gisteren kwam het bericht van overlijden van Johan van Hulst (107) Twee jaar geleden mocht ik hem voor het blad Kerk in Mokum interviewen.

De honderd is Johan van Hulst, emeritus hoogleraar pedagogie aan de Vrije Universiteit, ruim gepasseerd, eind januari werd hij 105. Als één van de weinigen is hij in staat daarmee een eeuw terug te kijken. Een gesprek over een veranderende wereld, geloof en politiek.

Geloof

Van Hulst werd in 1911 geboren op de Egelantiersgracht in de schaduw van de Westerkerk. Een gezin met vier kinderen, vader meubelstoffeerder, moeder huisvrouw. ‘Ik was een erg gehoorzaam kind, wat mijn ouders zeiden was wet.’ Dat gold ook voor het geloof waarin hij werd grootgebracht: ‘Ik ben niet opgevoed tot zelfstandig denken. God was in eerste instantie een rechtvaardige en strenge God die wist wat straffen was. Muziek- en oratoriumvereniging waren toegestaan, maar bioscoop- of schouwburgbezoek was uit den boze. Op zondag waren fiets, bus of trein taboe. Ik heb dat volgehouden tot aan mijn puberteit, toen ontdekte ik dat het geloof van mijn ouders veel rijker was dan mij werd meegegeven. Ik ben tot vrijheid gekomen. Ook al heeft het mij eerst veel moeite gekost om op zondag met de trein te gaan.’

Jeugd

Hij spreekt met liefde over de wijze waarop zijn ouders hun geloofsovertuiging in praktijk brachten: ‘In elk opzicht waren mijn ouders rechtschapen mensen. In mijn jeugd waren er in de buurt van de Egelantiersgracht nog kelderwoningen, waar meestal alleenstaande bejaarde vrouwen woonden. Zij leefden daar zonder enige voorzieningen. Mijn moeder zocht hen dan op, bood hulp en ik ging als kind mee. Ik wist dan niet wat ik moest zeggen. Hoe gaat het met u juffrouw? Zei ik dan maar. Een antwoord zal ik nooit vergeten: Ach jongen, een ander gaat tenminste nog eens dood. Dat zegt genoeg.’

Kweekschool

Zijn ouders hadden geen kans gehad om door te leren en zijn vader wilde dat voor hun kinderen anders. ‘We mochten tot ons achttiende naar school, onder de voorwaarde dat we niet bleven zitten. Ik betaal niet voor je luiheid, zei mijn vader’. Van Hulst wilde het liefst naar het gymnasium maar zag niet wat hij met een klassieke opleiding moest gaan doen. Hij koos voor de ‘universiteit van de kleine luiden,’ de leerroute van Mulo en kweekschool. Het zou het begin worden van een leven lang leren. Met 18 jaar behaalde hij zijn onderwijzersdiploma en werd onderwijzer in Oudewater. Na zeven jaar verruilde hij Oudewater voor Utrecht. Zijn liefde voor de literatuur bracht hem bij de studie Nederlands. Na negen jaar studeerde hij af in de letteren. Via de Utrechtse hoogleraar pedagogiek Langeveld, kwam hij in contact met professor Waterink van de Vrije Universiteit. In 1961 werd hij op 52-jarige leeftijd hoogleraar en volgde Waterink op. De eerste hervormde in een tot dan toe gesloten gereformeerde wereld.

Hoogleraar pedagogiek

Ook in zijn hoogleraarschap trok hij uit een benauwende wereld weg: ‘Waterink had een grote invloed in de gereformeerde kerken in die tijd. Hij ging ervanuit dat een goede theologie en filosofie vanzelfsprekend uitkwam bij een goede pedagogiek.’ Van Hulst ging daarin zijn eigen weg en gaf de pedagogiek een eigen zelfstandige plek. Hij omschreef zijn methode als een cultuurhistorische pedagogiek met Bijbelse noties. Het vond zijn weerslag in zijn boek Elements of Christian Education dat hem de wereld over bracht. Een twaalftal universiteiten nodigde hem uit voor gastcolleges. Van Hulst zag hoe verzuild Nederland op de schop ging en werkte daar zelf aan mee. Vanaf zijn 18de werd hij politiek actief binnen de toenmalige CHU, in de jaren zestig nam hij plaats in de Eerste Kamer. Hij zorgde er bij wet voor dat de studenten rechten kregen en hield door deze positie stand in het rumoer van de studentenopstanden van ’68. ‘Toen ik honderd werd is het toenmalige studentencomité – inmiddels allemaal bejaarde VVD-ers – mij nog komen bedanken.’ Het Kamerlidmaatschap zou hij 25 jaar volhouden, eindigend als voorzitter van de CDA fractie, toentertijd de grootste fractie. ‘Ik was in die tijd een man met groot gezag’.

YadvaShem onderscheiding

Zijn politieke ambities kreeg hij ook van huis uit mee. ‘Mijn vader was lid van de Hervormd Gereformeerde Staatspartij, een partij die ervanuit ging dat de staat de ware godsdienst diende te beschermen. De partij heeft maar vier jaar in de Tweede Kamer gezeten. Ik was als zestienjarige jongen al tegen de opvatting dat de staat de godsdienst moest voorschrijven. In Duitsland zagen we wat het betekende als de staat de waarheid gaat dicteren.’ Met de ideologie van het nazisme werd van Hulst indringend geconfronteerd toen hij tijdens de Duitse bezetting als directeur van de Hervormde Kweekschool in Amsterdam de opdracht kreeg een lijst aan te leveren met alle gegevens van de leerlingen. Hij weigerde, dook onder en redde actief 80 joodse kinderen uit handen van de bezetter. Hij kreeg voor deze verzetsdaad een YadvaShem onderscheiding in Israël. De brief die hij schreef aan Seyss-Inquart is bewaard gebleven in het Gemeentemuseum van Amsterdam. ‘Moet je nagaan dat die 450 leerlingen je later tegen zouden komen en zouden zeggen: Daar loopt onze verrader. Nooit, nooit, nooit zou ik die Judas hebben willen spelen.’

Hebt uw vijanden lief

Van regeringswege werd hem na de oorlog gevraagd om naar Duitsland af te reizen om daar het onderwijs te helpen hervormen. ‘Er was een enorme behoefte de boel daar weer op de rails te krijgen. Alle geschiedenisboeken verheerlijkten Hitler. En het vak gymnastiek was premilitair gericht op gehoorzamen vanaf je zesde jaar. Leerlingen kregen oefeningen die naadloos aansloten bij een latere militaire opleiding.’ De confrontatie met de voormalige bezettende macht, zo vlak na de oorlog, was voor Van Hulst geen gemakkelijke. ‘Ik moest wel over een drempel heen stappen. ik heb met geen andere Bijbeltekst in mijn leven zoveel moeite gehad als ‘ hebt uw vijanden lief’. Ik heb ze gehaat tot in het putteke van mijn ziel. Maar we moesten in het midden van Europa geen puinhoop aanrichten. Nederland mocht geen handel drijven met Duitsland. Het gevolg was dat in het Westland de groente lag te rotten, terwijl in Duitsland honger werd geleden. Aan die situatie moest een einde komen.’

Politiek

De rol van Duitsland in Europa is inmiddels ingrijpend veranderd. In ethisch opzicht wordt het nu vaak als gidsland gezien. Hoe kijkt hij daar tegenaan? ‘Ik weet het niet meer, een tijd geleden was ik onder de indruk hoe Angela Merkel zich opstelde naar de vluchtelingen toe. Maar ik ben bang dat Duitsland de grote toestroom van vluchtelingen toch niet aankan.

Wat de Nederlandse politiek betreft kijkt hij in het huidige CDA vooral naar personen: ‘Van Haersma Buma is integer bezig, ik weet niet of het een groot politicus is.’ Voor de PvdA ziet hij niet veel toekomst. ‘Er gaat een enorme dreiging van Wilders uit. Wilders komt met de oplossing van de grenzen sluiten. En wij zeggen: dat kan niet, je kunt mensen niet terugsturen. Je hebt niet zo maar een antwoord op hem. Wilders is geen partij, de partij is Wilders, er is geen jeugdbeweging, niets. Hij wil het alleen voor het zeggen hebben. ‘

Levende werkelijkheid

Terugkijkend op het leven, heeft kerk en geloof hem een vaste grond gegeven? ‘Aanvankelijk hield ik in mijn leven vast aan de orthodoxie, maar toen ik met het leven van de Gereformeerde Bond kennis maakte vond ik dat niet leefbaar. Dat ze dingen verbieden is tot daaraan toe. Maar zaken verbieden op grond van de Bijbel, dat is voor mij onmogelijk.” Toch noemt hij zich nog wel in enige mate orthodox: Men moet bij mij niet tornen aan de heilsfeiten: geboorte van Christus, lijden en opstanding. Maar die opstanding moet een levende werkelijkheid voor een mens zijn.

Voeg een reactie toe