Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Vreemd frame

1 december 2018 | Door | Geen reacties

Vlak voordat ik in slaap val hoor ik net na twaalven het begin van een aflevering van Nooit meer slapen op NPORadio1. Te gast is Tosca Nifterik, nu vooral schrijfster, maar in de jaren negentig bekend als de vrouwelijke helft van Theo en Thea, de populaire kinderserie van de VPRO. In vogelvlucht wordt er bij de eerste vragen haar biografie doorgenomen. Je bent ook misdienaar geweest hè, Tosca.  ‘Misdienette’, verbetert Tosca, zo heette dat toen. Maar nu geloof je niet meer toch? De vraag wordt wat lacherig gesteld. Jawel, zegt Tosca, ik geloof nog steeds. Er valt een kleine stilte, ik hoor de presentatrice aarzelen of ze hierop moet doorvragen. Ik ben voor mijzelf een soort van strenggelovig, op mijn manier, vervolgt ze. Ik kan me niet voorstellen dat alles wat er is, de hele wereld, door toeval zou zijn ontstaan.

Een paar weken geleden was de zangeres Anouk te gast bij DWDD om haar nieuwe plaat te promoten, nummers vol met liefdes en verlangen. Waarom heb je het in één van je nummers over ‘u’ in plaats van ‘jij’, vroeg Matthijs van Nieuwkerk. Over wie heb je het daar? Er kwam een aarzelend antwoord. Die ‘u’ is iets dat veel groter is dan ik, daar richt ik me dan op, sommige mensen noemen dat God. Mag ik daar verder over doorvragen vroeg  Matthijs. Nee, zei ze, dat kan ik niet. Daarop viel ze stil met tranen in haar ogen en vulde een stilte het gesprek. Een ontregelende en ontroerende stilte.

De belijdenis ‘ik geloof’ of ‘ik geloof in God’ is een ongemakkelijke zin in een seculier debat. Kennis van geloof en christendom zijn dermate op de achtergrond geraakt dat menig presentator voelt dat er achter de vraag vooral glad ijs ligt, dat je beter maar niet kan betreden. Een persoonlijke overtuiging hoort bij jezelf te blijven. Maar wat als de overtuiging de woorden geeft aan de taal van jouw liedjes? Wat als die overtuiging de bron blijkt van jouw creativiteit of innovatie waarmee je aan de dag treedt als mens? Religie kan alleen uit het publieke domein worden verdreven als je mensen verbiedt publieke mensen te zijn. En dat laatste zijn wij allen, zolang we in vrijheid leven tenminste.

De journaliste Yvonne Zonderop schreef onlangs het boekje ‘Ongelooflijk, over de verrassende comeback van religie’. Ooit katholiek opgevoed zwoer zij het geloof af, zoals zoveel babyboomers. Geloof was onderdeel van de instituten die konden verdwijnen. In haar boek maakt zij nu de balans op. Ze constateert dat er velen op zoek zijn naar zingeving en levensdoel. En dat het geloof dat we aan de kant hebben gezet kan daar volop in voorzien. Het biedt troost, zin en rituelen. En ook nog eens een gemeenschap die daar voor wil staan. Religie is hip aan het worden, stelt ze.

De vraag is nu of nieuwe zinzoekers hun weg naar de kerk weten te vinden. Opvallend in het verhaal van Zonderop is dat zij frank en vrij getuigt van de schat van de christelijke traditie, terwijl wij binnen de kerk die slechts nog aarzelend kunnen verwoorden. We kunnen vaak beter aangeven wat we niet meer geloven dan wat we wel geloven, gevangen in het seculiere frame dat enigszins lacherig van ons vraagt ons geloof in God te ontkennen. Je gelooft toch niet meer in God? Waarop dan een verontschuldigend, meegaand antwoord komt… Euh, ja eh, nee,  ik geloof niet dat God almachtig is, en het kwaad wil en nee,  God is geen man met een baard die op een wolk zit, mocht je dat nog denken, en natuurlijk al helemaal geen witte man, en ja hoor homo’s mogen best trouwen en van mij ook nog eens gezegend worden als in een huwelijk etc. etc. etc. Zo passen wij netjes binnen de verwachtingen die over ons worden uitgesproken. We geloven wel, maar zijn geen gekke Henkies, we zijn moderne mensen. Misschien gewoon eens proberen onze woorden opnieuw te rangschikken? Ik geloof in God omdat Hij de bron van alle verwondering is? En ik geloof in een gemeenschap van mensen omdat ik als mens niet alleen ben? Of misschien toch maar minder woorden er aan geven? Ja, ik geloof in God. Daar kan ik niet zoveel over zeggen. God overstijgt alle taal.  Het is een beetje als met liefde en houden van, daar weet ik ook niet zoveel van te zeggen. Het is er. Dan zal het gesprek stil vallen en wordt aarzeling ons deel. Zoals het bestaan van Abraham ooit opgebroken werd. En van Mozes. En van Ruth. En van de discipelen etc. etc. Elke Godsopenbaring sticht in eerste instantie verwarring. We blijken dan ineens deel te zijn van een mooi en eeuwenoud gezelschap: het genootschap van de ontregelde mensen.

Voeg een reactie toe