Image Image Image Image Image Image Image Image Image

Storm

1 februari 2022 | Door | Geen reacties

Storm raast over Nederland kopt menig nieuwsrubriek bij het passeren van storm Corrie. Ik kijk uit mijn Brabantse raam en constateer dat het hard waait, maar niet stormt. De lariks in mijn tuin, goed voor een bezaaid gazon met takken bij stormkracht, laat maar weinig los. De conclusie is snel getrokken: het stormt niet in mijn tuin of ik woon niet in Nederland. De laatste conclusie klopt niet, de eerste wel.

In de media is er iets merkwaardigs aan de hand. De laatste decennia zijn we in staat o.a. door de smartphone en versnelde communicatielijnen een fijnmazig net van berichten te genereren. Volg het nieuws terwijl het gebeurt had RTL lange tijd als leuze. Je mag verwachten dat dit leidt tot een fijnmaziger nieuwsvoorziening. Maar dat is maar ten dele het geval. De nieuwsmaker moet zich wapenen tegen deze overvloed van berichten en maakt op voorhand keuzes. En legt daarmee op de werkelijkheid die zich gaat ontwikkelen een mal. Dat gebeurde ook met storm Corrie. Nieuwswaardige feiten waren op voorhand de sluiting van de waterkeringen, de nabijheid van de datum 1 februari, de dag dat de stormramp die Zeeland en Zuid-Holland trof in 1953 en de hoogte van de vloed. We zagen dat in de reportages terug, het frame stuurde de verslaglegging.  De kleine berichten van stormschade, een dak van een strandtent, een boom op vijf auto’s, een ingestort bushokje in Rijswijk, zouden de ernst van de storm kunnen minimaliseren, maar deden in het frame het tegenovergestelde. Ze brachten de storm dichterbij, waarvan de schade iedereen kan treffen. Niet het lokale van het feit krijgt in het frame de nadruk, maar het algemene ervan.  Na het zien van de vernietigde auto’s keek ik anders naar de lariks in mijn tuin. Zou deze ook kunnen omvallen? Nieuwsberichten kunnen de eigen waarneming verdringen of op zijn minst de perceptie kleuren.

Uit kleine verhalen kunnen grote conclusies worden getrokken. Aan het begin van de pandemie in 2020 overleed een jonge man in Brabant aan corona.  Met een snelle gevolgtrekking: ook jonge mensen worden door het virus getroffen. Een begrijpelijke conclusie, gezien de paniek en de angst, maar niet veel later bleek dat een onbekende longafwijking de man in kwestie had geveld. Zeer tragisch en  daardoor niet minder erg, maar de eerst conclusie bleek niet te kloppen.

Gebeurtenissen verslaan en deze interpreteren zijn twee verschillende zaken. Het eerste vraagt om onmiddellijke nabijheid, het tweede vraagt om tijd en afstand. In de huidige nieuwsvoorziening worden ze vaak onterecht samengevoegd. Het ‘wat’ van een gebeurtenis wordt begeleid door het ‘waarom’. Maar over dat laatste kan soms alleen maar worden gespeculeerd of een vermoeden uitgesproken. In het geval van de jonge man die overleed was de zin: het zou kunnen zijn dat het virus ook jonge mensen gaat treffen, een sluitende geweest. Berichtgeving vraagt dus om terughoudendheid in al te stellige uitspraken zeker waar het toekomstvoorspellingen betreft. Een heldere scheiding tussen de feiten en dat wat zich uit de feiten kan ontwikkelen is noodzakelijk. Het betekent dat we voor een deel dingen zien, die we in eerste instantie niet begrijpen. Het komt erop aan het voorlopig uit te houden in het ‘niet weten’.

Feit en dat wat zich uit het feit ontwikkelt zijn twee dingen. Toen de regering, op grond van een prognose de laatste lockdown afkondigde, werd er meegedeeld dat er uit de huidige werkelijkheid van het virus, volle ziekenzalen, zich een ergere werkelijkheid, code zwart, zou kunnen ontwikkelen. Het eerste was een feit, het tweede een mogelijkheid. Zoals bij alle maatregelen stuurde het laatste, de mogelijkheid, ons handelen. De prognose kreeg daarmee de functie van het frame dat ons anders naar de werkelijkheid doet kijken. En het veranderde onze blik. Het was in deze verschuiving dat de mensen die naast ons staan, familie, vrienden, gemeenteleden in de kerk, cafébezoekers etc. op afstand diende te worden gehouden. Zij konden een bedreiging vormen voor de volksgezondheid en voor onszelf. En ook zelf werden wij een potentiële bedreiging voor de ander. Het plaatste ons op afstand, het leidde tot verwijdering en polarisatie. Nu wij langzamerhand uit de lockdowns geraken wordt het tijd terug te keren naar onze eigen waarneming. De andere mens zien als de ander. Vaak ook als de onbegrepen ander, maar niet als degene die ons bedreigt. Dat vraagt oefening en geduld. De lariks in mijn tuin heeft de storm doorstaan. Het heeft hier niet hard gewaaid.

Voeg een reactie toe

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.